Samenvatting

De gasopslag in Norg (Drenthe) is met 31 procent de meest gevulde van Nederland, maar de totale Nederlandse gasvoorraad ligt op een kritiek laag niveau van 19 procent. Gasunie-bestuurder Hans Coenen waarschuwt dat bij het huidige vultempo de doelveiligheid van 80 procent in oktober niet gehaald wordt. Het opvullen is deels overgeheveld naar het Rijk via staatsbedrijf EBN, dat een bufferlening van ruim 20 miljard euro heeft gekregen.

Context

Nederland bezit drie grote ondergrondse gasopslagen: Norg (Drenthe), Grijpskerk (Groningen) en Bergermeer (bij Alkmaar, Noord-Holland). Historisch werden deze gevuld met Gronings gas, verhandeld door GasTerra. Na de definitieve sluiting van het Groningenveld in 2024 en het opheffen van GasTerra op 1 april 2025, werden de opslagen Norg en Grijpskerk leeggeleverd. Daardoor daalde de totale vulgraad begin dit jaar tot slechts 5 procent. De verantwoordelijkheid voor het vullen is nu verdeeld over marktpartijen en de overheid (via EBN).

Feiten

<aside> ⚖️ De situatie toont de kwetsbaarheid van een centrale energievoorziening die afhankelijk is van één groot gasveld (Groningen) en één handelsmaatschappij (GasTerra). De overname van de vultaak door het Rijk via EBN is een klassiek voorbeeld van centralistische risicosocialisering: winst (jarenlang goedkoop gas) werd gepriviatiseerd, maar de kosten en risico's van het opvullen van lege buffers vallen nu op de belastingbetaler. De bufferlening van 20+ miljard euro is een impliciete subsidie aan de energiemarkt — als EBN duur inkopt en goedkoop verkoopt, betaalt de burger de rekening.

Gasunie's waarschuwing dat marktpartijen "wachten met aankoop vanwege hoge prijzen" onthult de fundamentele spanning: de markt regelt leveringszekerheid niet van zich af wanneer winstmarges dun zijn. De libertaire oplossing ligt niet in meer staatsbeheer, maar in het verwijderen van regulatorische belemmeringen voor alternatieve leveranciers (LNG-terminals, import uit Noorwegen, waterstof) en het laten beslissen aan huishoudens en bedrijven zelf over hun energievrijheid — met de prijszekerheid die het vrijemarkt biedt, niet de valse zekerheid van een centrale planner.

</aside>

Bronnen