Samenvatting

Australiërs in de leeftijd van 30 tot 39 jaar zien een ongeprecedeerde stijging van ten minste 10 verschillende soorten kanker. Daten van Cancer Australia tonen aan dat prostaatkanker in deze groep met 500% is toegenomen tussen 2000 en 2024, alvleesklierkanker met 200%, leverkanker met 150%, en darmkanker met 173%. Wetenschappers zoeken naar de oorzaak in de "exposoom" — de verzameling van alle omgevingsfactoren waaraan mensen zijn blootgesteld, waaronder plastische chemicaliën, PFAS, ultrabewerkte voeding, overgewicht en veranderingen in de darmmicrobiom. Australië is wereldleider in vroegtijdige darmkanker.

Context

Het ABC-programma Four Corners onderzocht de stijging van "early onset cancer" — kanker bij mensen onder de 50 die niet verklaard kan worden door erfelijke genmutaties. Het fenomeen is niet beperkt tot Australië: data uit Amerikaanse kankerregisters tonen een nog uitgesproken trend, met opmerkelijke verschillen tussen generatie X en babyboomers. Onderzoekers richten zich op de periode 1960-1990, toen de huidige generatie patiënten kinderen waren of in utero, en concluderen dat omgevingsblootstellingen in die periode een cruciale rol spelen.

Feiten

Analyse

De stijging van kanker bij jonge mensen is een complex verhaal waarvoor de libertische benadering belangrijke signaalpunten biedt. Ten eerste: de chemische regulering werkt niet. Het systeem gaat uit van "veilig tot het tegendeel is bewezen" — een omkering van de bewijslast die de burger blootstelt aan risico's voordat de overheid optreedt. Van de 16.000 kunststofchemicaliën is slechts een klein fractie onderzocht op menselijke gezondheidseffecten. Dit is geen marktfaal maar een regulatoire faal: de overheid claimt toezicht te houden, maar levert dat niet. Ten tweede: de rol van obesitas en ultrabewerkte voeding onderstreept dat overheidslandbouwsubsidies die suiker, maïs en soja goedkoper maken dan gezond voedsel, bijdragen aan een omgeving die ziekte bevordert. De vrije markt zou dat niet zo sturen — het zijn landbouwsubsidies en voedselrichtlijnen die de prikkels verstoren. Ten derde: de persistentie van PFAS toont aan dat chemische bedrijven externaliteiten afwentelen op de samenleving — precies het soort marktfalen dat een beperkte, goed uitgevoerde overheid zou moeten aanpakken, maar dat de huidige regulering juist niet afdekt. De libertische conclusie: niet minder regulering, maar beter gerichte regulering — het verschuiven van de bewijslast naar de producenten en het afschaffen van landbouwsubsidies die ongezond voedsel goedkoper maken.