Een Volkskrant-columnist pleit voor een landelijke belasting op gemotoriseerde pleziervaartuigen. Feitelijk geverifieerd is dat recreatieboten geen wegenbelasting kennen en buiten box 3 vallen, terwijl de infrastructuur (bruggen, sluizen, vaarwegen) door de gemeenschap wordt bekostigd. Er zijn concreet plannen om eigenaren van grotere boten (>6 meter, >12 m²) een vaarbelasting van minimaal €150 per jaaar op te leggen.
Nederland telt volgens sectororganisaties ruime honderdduizenden pleziervaartuigen. De infrastructuur voor de recreatievaart - bruggen, sluizen, vaarwegen - wordt bekostigd uit de algemene middelen. Automobilisten betalen wegenbelasting en camperbezitters zien hun belasting verdubbeld, maar eigenaren van gemotoriseerde jachten dragen niets direct bij aan de kosten van de waterwegen die ze intensief gebruiken. De Warnserbrug in Friesland gaat naar verluidt 134 keer per dag open voor pleziervaart (bron: warns.nl), wat filevorming en economische schade veroorzaakt.
<aside> ⚖️ De discussie over een pleziervaartbelasting raakt de kern van het libertaire beginsel: wie de kosten van een dienst veroorzaakt, betaalt er ook voor. De huidige situatie is een klassiek voorbeeld van kostenverschuiving: de pleziervaart geniet de infrastructuur (bruggen, sluizen, onderhouden vaarwegen) maar de rekening gaat naar de algemene belastingbetaler - inclusief de verpleegkundige die met haar auto voor de nachtdienst rijdt en €200 wegenbelasting betaalt.
Een landelijke vaarbelasting op basis van vaartuiggrootte (lengte × breedte) is een relatief efficiënte manier om de externe kosten te internaliseren. Het is geen "neidbelasting" zoals kritikanten beweren, maar een correctie van een marktverstoring: wie de scarce ruimte op het water en de Bruggen/Sluizen capaciteit claimt, betaalt de marginale kosten.
De vervelende bijkomstigheid - wachttijden bij bruggen, vernieling van rietkragen, overlast - is een negatieve externaliteit die nu niet in de prijs van het varen verwerkt zit. Een belasting dwingt de eigenaar de volle maatschappelijke kosten van zijn keuze te internaliseren. Wie zich de belasting niet kan permitteren, kiest van zich uit voor een kleiner vaartuig of stopt met varen - precies zoals de markt bedoeld is.
De voorstellen voor een minimum van €150/jaar voor boten >6m zijn een bescheiden begin. Voor vergelijking: de wegenbelasting op een camper is dit jaar verdubbeld. De verhouding is schijnend. Een libertaire staat niet tegen belasting, maar voor eerlijke belasting: geen kruissubsidies, geen verborgen transfers van de minder begunstigde naar de waterrijkdom.
</aside>